Eindelijk! Na 16 deelnames mocht Boy Spruit aan het eind van de avond de Beker met de lelijke oren trots omhoog houden. Na de verloren finale van vorig jaar viel dit jaar dan toch het kwartje, of in sjoeltermen: Nul bokkie. In de loop der jaren had hij vele sjoelmaten versleten, in Fred Ursem vond hij uiteindelijk de ultieme partner om te kunnen winnen. 
Ursem en Spruit namen het in de finale op tegen de grote kampioenen van weleer, 5-voudig bekerwinnaars Niels van Diepen en Leon Koopman. Na enkele jaren afwezigheid lieten zij zien niets van hun kwaliteiten te hebben verloren. In de finale bleek met name het fenomenale spel van Spruit hen teveel. Spruit legde ondanks de druk van de finale een weergaloze 124 op tafel.

Beide finalisten kwamen als nummer 1 uit de poulefase. Van Diepen / Koopman deden dit overtuigend in poule B, door de kenners vooraf omschreven als de poule des doods met 4 oud-winnaars en 2 oud-runnersup. Na een moeizame start, de eerste partij werd ruim verloren van Boyd Beemster / Perry Schuit, kwamen de mannen op stoom en verloren tot de finale geen enkele partij.

In poule B geen grote verrassingen in de eindstand. Vooraf was al duidelijk dat er door de mindere voorbereiding van Dekker / Van Teunenbroek weinig van dit team te verwachten was, ze werden slechts 5e in de poule.
Oud-winnaars Link / Karel deden duidelijk mee voor het plezier in het spelletje, genieten à la Evert van Benthem van de fans die hen nog steeds uitbundig begroeten.

Poule A leverde een meer open strijd op, waarbij iedereen van iedereen winnen kon. De stand wisselde per ronde, maar uiteindelijk waren het toch Dirk en Lieke Mulder die de tweede plek voor zich opeisten. Het duo legde verfrissend sjoelen op tafel, tot grote verrassing ook van henzelf.
Opvallend was verder de derde plek voor Ruben Snoek die wegens ziekte van zijn broer de strijd aanging met Mark Groot. Waar Groot andere jaren nog eens bezweek onder de druk, gaf de rust van Snoek hem vertrouwen genoeg voor een goede prestatie.
Nieuw-komers Van Schagen / Van Meerten daarentegen kwamen onder het motto ‘hoogmoed komt voor de val’ niet verder dan de 7e plaats in hun poule.

De strijd ontbrandde net als voorgaande jaren in de knock-outfase. Waar voor teams als Van Diepen / Kok en Van Diepen / Molenaar meedoen belangrijker was dan winnen en de achtste finale hun eindpunt werd.
Voor de latere winnaars bleek de achtste finale, waarin zij het als nummer 1 van poule A opnamen tegen nummer 8 van poule B (Van der Vaart / Kok) , de lastigste hindernis. Nadat alle vier spelers hun ronde hadden gespeeld stond een gelijke stand op het scorebord. Op last van de wedstrijdleiding volgde een sjoel-out die nipt werd gewonnen door Spruit / Ursem.

In de achtste finale moest een sjoel-out ook beslissing brengen in de titanenstrijd tussen Van Teunenbroek / Kraakman en Van Teunenbroek / Dekker.
De mannen trokken aan het langste eind en gingen door naar de kwartfinales. Voor hen het eindpunt van de avond, alhoewel ze het de latere kampioenen nog moeilijk maakten.

In de kwartfinales viel ook het doek voor het duo Molenaar / Groen. Nadat zij eerder schlemielig hadden afgerekend met de gebroeders Pronk bleek het hoge niveau van de avond hen uiteindelijk op te breken.

In de eerste halve finale stonden Ursem / Spruit tegenover Rober en Myron Beemster. De Beemsters speelden zich rustig, als nummer 6 van poule B zonder grote uitschieters, door het toernooi.
In de andere halve finale namen Van Diepen / Koopman het op tegen de kampioenen van 2025 Ton Leek / Ab Koenis. Zij werden tweede in poule B en wonnen tot de halve finale hun partijen zeer overtuigend. Onderweg versloegen zij o.a. oud-winnaars Schuit / Beemster. En alhoewel zij ook in de halve finale het uiterste uit hun sjoelkwaliteiten haalden, bleek dat niet genoeg.

Wedstrijdleider Ton Koelemeijer memoreerde in zijn slotwoord het hoge niveau van de avond. Hij prees chef sjoelbak Frank Dekker voor de kwaliteit van de bakken deze avond. Deelnemers daarentegen spraken twijfels uit over de inzet van Vlielands aardappelzetmeel. Tussen de potjes door bespraken de deelnemers het glijgehalte van de bakken.
De organisatie neemt de kritiek mee in de evaluatie richting 2027. 
Zoals zij zich ook gaat buiten over aanpassing van de reglementen. Want een regel die door iedereen op dezelfde manier foutief wordt geïnterpreteerd, is dat een goede regel of niet? Meerdere keren deze avond belandden sjoelstenen in het scoreveld door over het poortje te wippen. Geldig of niet? De discussie was ver na afloop van het toernooi nog niet over. De wedstrijdleiding zal de casus bespreken in het overleg van het Genootschap van Wedstrijdleiders Regio West-Friesland van de KNSBNB.

Editie 2026 zit er op. De Beker met de Lelijke Oren krijgt een jaar een ere-plaats op het nachtkastje van Boy Spruit die ongetwijfeld nog lange tijd met een grote glimlach op het gezicht in slaap zal vallen.